deemoedigheid
vrouwelijk (de)/de'mudəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bescheiden, nederig de eigen beperkingen erkenZoals bij Klaas Neutel, fractievoorzitter van het CDA in Meppel. "Mijn achterban vindt dat men in Den Haag stom bezig is. De vertegenwoordigers van mijn partij en nog veel meer de PvdA. Wouter Bos heeft bewezen een slecht staatsman te zijn. Maar Balkenende kan na een cursus deemoedigheid gewoon lijsttrekker worden."
- teken dat men de eigen beperkingen erkent
Etymologie
* afleiding van deemoedig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek