deelgroep

mannelijk/vrouwelijk (de)/'delɣrup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groep die deel uitmaakt van een grotere groep
    Het globale slaagpercentage is een samengeteld getal dat enorme verschillen tussen de deelgroepen verbergt, merkt prof. Himpens op. Bij de normstudenten bedroeg het slaagcijfer 22,2 procent, bij de vijfdejaars van het middelbaar onderwijs is dat nog maar 0,6 procent. Van de 522 deelnemende vijfdejaars slaagden in augustus slechts 3 deelnemers. Hun examen is overigens ongeldig, omdat een diploma secundair onderwijs vereist is. Voorts slaagden veertien van de veertig Nederlanders (35 procent). De Standaard 01/09/2014 rdc [http://www.standaard.be/cnt/dmf20140901_01244745 17,5 procent geslaagden voor tweede toelatingsexamen arts en tandarts]
    Hij is van mening dat de politiek zich in deze campagne sterk op groepen heeft gericht: ouderen, autochtonen, migranten. ‘Net de partijen die zich richten op brede groepen krijgen hun boodschap lastig over het voetlicht. Dat maakt het in de komende regeringsonderhandelingen heel moeilijk het gedeelde belang te vinden. De kans op teleurstelling over niet waar te maken beloftes aan al die deelgroepen zal opnieuw groot zijn, zegt hij. De Standaard WOENSDAG 15 MAART 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170315_02781480 NEDERLAND KIEST]
    Beide mannen probeerden ook belangrijke deelgroepen te trekken. Zo waarschuwde Obama vrouwelijke kiezers er voor dat ze onder Romney straks voor de pil en andere typische vrouwenzaken moeten betalen. De Telegraaf KIM KLONIA, DE 08 nov. 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1206271/barack-obama-meest-overtuigend 'Barack Obama meest overtuigend']

Vertalingen

Engelssub-group