deck
onzijdig (het)/dɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kaartspel) een stapel speelkaarten, stock
- (sport) skateboard
- (techniek) cassettedeck of tapedeck
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels (wat op zijn beurt etymologisch hetzelfde woord is als dek). In de betekenis van ‘band- of cassetteapparaat zonder versterker’ voor het eerst aangetroffen in 1979
Vertalingen
Engelspack of playing-cards
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek