debiteur

mannelijk (de)/debi'tør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boekhouding (boekhouding) iemand die iets (meestal geld) aan iemand anders verschuldigd is
    Haar vader had financiële problemen, Louise noch hij wist er de details van, maar ze hadden begrepen dat het om een paar minder geslaagde zaken ging, misschien zelfs van die zaken die zo nu en dan voorkomen in oorlogstijd, die zaken waarbij je het risico liep het slachtoffer te worden van minder gewetensvolle debiteurs.

Etymologie

* van debiteren

Vertalingen

Engelsdebtor
Fransdébiteur
DuitsSchuldner
Spaansdeudor
Poolsdluznik