danslerares
vrouwelijk (de)/ˈdɑnsleraˌrɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) vrouw die anderen leert hoe ze sierlijk of expressief kunnen bewegen op muziekDeze klerikale woonvorm verhinderde hem en enkele medebewoners niet om een soort privé dansles te organiseren. Toen dat geen succes bleek, schreef Coebergh zich, met de eerder aangetrokken danslerares als partner, in op een dansschool te Arnhem.Maar hoe daarmede te beginnen en uit elkander te houden die talrijke namen van mensch- en kunstlievende dirigenten, kleine en groote zangeressen en zangers, zwierige dansparen, blazers en strijkers, regisseur, dansleerares en dansleeraar enz. (…)
Etymologie
*; in oude spelling aangetroffen vanaf 1895 (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek