danskoord
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- touw dat men gebruikt bij touwtjespringenMeneer wordt afgeweerd als hij zijn vrouw in haar pelerine helpen wil. Jeannine springt voor het terras in een danskoord en trekt de aandacht van het jong volk op haar telkens ontblote knieën en haar huppelende borsten. Bart Vrijbos Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1937 [https://www.dbnl.org/tekst/_die004193701_01/_die004193701_01_0092.php Conflicten]
- draad waarover een evenwichtskunstenaar loopt'k Bezweer de angsten voor de dood,/uw eenzaamheid en zielenood./De danskoord is mijn lust, mijn lot;/breek ik de nek: 'k ben dicht bij God!/Lacht u een bult wanneer ik val:/ik ben een hopeloos geval!... NRC Antoon van der Plaetse [https://www.dbnl.org/tekst/_ons003196401_01/_ons003196401_01_0023.php Antoon van der Plaetse: 60]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek