dankbaarheid

vrouwelijk (de)/'dɑŋɡbarhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het dankbaar zijn
    Hij wilde voor alle cadeau's en presentjes zijn dankbaarheid uitspreken.
    Alles draait in dienst in Baptistenkerk om het thema dankbaarheid. Of het nu het gebed, de preek, een klein toneelspel of de tekst van psalmen, gezangen en liederen, is, alles daat erom dat mensen in het leven dankbaar moeten zijn. Tubantia 08-11-07 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/basisscholen-westerhaar-vieren-dankdag~ac2c5c7a/ Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag]
    'Merci!' Ik voel plots de drang om mijn dankbaarheid te tonen en produceer een stralende glimlach.

Etymologie

*Afgeleid van dankbaar .

Vertalingen

Engelsgratitude, thankfulness, appreciation
Fransreconnaissance, gratitude
DuitsDankbarkeit
Spaansgratitud, agradecimiento, reconocimiento
Italiaansgratitudine, riconoscenza
Poolswdzięczność
Zweedstacksamhet