woorden
boek
Start
›
D
›
damplank
damplank
mannelijk/vrouwelijk (de)
/'dɑmplɑŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
waterbeheer
(waterbeheer) plank of plaat als onderdeel van schoeiingen, waterkeringen en damwanden
Verwante woorden
damp
dampaal
dampalen
dampartij
dampartijen
dampartijtje
dampartijtjes
dampbad
dampdicht
dampdichtheid
dampdruk
dampen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← dampkringslucht
damplanken →