damlijn
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɑmlɛɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- veld 1-5 voor wit en veld 46-50 voor de zwart, het zijn de velden waarop een gewone steen kan promoveren tot damIn de vierde ronde was het Leonie de Graag die naar de damlijn combineerde. Het eerder opgelopen schijfverlies kon zij zo ruimschoots compenseren.Aan het vierde bord nam Martijn Rentmeester een moeilijk te hanteren dam tegen Johan Capelle. In de stand zwart 1, 3-5, 7-10, 14, 15, 18, 19, 24, 26, 31, 36; wit 6, 25, 32-40, 42-44, 47, 49, 50 speelde de Amsterdammer 7-12, waarna Rentmeester de damlijn bereikte met 20. 32-27, 31x22; 21.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek