dalkonschildje
onzijdig (het)/'dɑlkɔnsxɪlcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (seksualiteit) voorbehoedmiddel in de vorm van een plaatje in de baarmoederhals
Etymologie
*; In de betekenis van ‘anticonceptiemiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1988
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek