daler

mannelijk (de)/'dalər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die kleiner, lager of minder wordt
    Het afgelopen seizoen kwamen er 5,7 miljoen toeschouwers naar eredivisieduels. Dat is een kleine daling ten opzichte van een seizoen eerder, maar internationaal gezien niet slecht, zo meldt Voetbal International deze week. Heracles Almelo is één van de grootste dalers ten opzichte van 2017. Tubantia Stan Waning 24-05-18 [https://www.tubantia.nl/heracles/stadionbezoek-heracles-almelo-met-5-procent-gedaald~a2826c94/ Stadionbezoek Heracles Almelo met 5 procent gedaald]
    Enschede sterkste daler: Enschede kromp het afgelopen half jaar het sterkst: met 419 mensen. Ook in Oldenzaal (-98) en Twenterand (-74) was de krimp relatief groot. Oorzaak? Het CBS noemt onder meer de langdurige griepepidemie als mogelijke reden voor de krimp. De griepgolf duurde tot halverwege april en zorgde er met name voor dat in de eerste drie maanden van dit jaar vooral mensen van 65 jaar en ouder overleden. Tubantia Martijn Bekhuis & Rutger Borgerink 31-07-18 [https://www.tubantia.nl/regio/twente-krimpt-enschede-en-oldenzaal-sterkste-dalers~a8c7cb51/ Twente krimpt: Enschede en Oldenzaal sterkste dalers]

Etymologie

* van dalen