dalang

mannelijk (de)/ˈdalɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst (kunst) poppenspeler die een wajangvoorstelling verzorgt
    Onzichtbaar voor het publiek, achter het doek zat de dalang met gekruiste benen op zijn matje. Hij bewoog de poppen en hij leende hun zijn stem.

Etymologie

*van "dalang"