dakwerk

onzijdig (het)/ˈdɑkwɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van onderdelen die samen het dak van een gebouw vormen
    Reeds waren de ribben, kepers, nokken en verder dakwerk weggebrand, en droop het gesmolten lood van de dakgoten; (…)