dakpan

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɑkpɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elkaar overlappende stenen of betonnen elementen waarmee een schuin dak lekdicht gedekt wordt
    De dakpannen zijn tijdens de storm niet van het dak gewaaid.
    Volgens Weerplaza is een sterke waterhoos vanaf het water het land opgetrokken. Daardoor vlogen onder meer dakpannen in het rond en waaiden bomen om. Ter hoogte van Brouwershaven kwam een schip in de problemen, maar die kon "op eigen kracht" naar de haven varen, aldus de veiligheidsregio.

Vertalingen

Franstuile
DuitsDachziegel, Dachstein
Spaansteja
Zweedstaktegel