dagschoot
mannelijk (de)/'dɑxsxot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Het deel van het slot dat je met de deurkruk, een draaiknop of een sleutel kan bewegen. Dit onderdeel heeft een schuine zijde waardoor de deur soepel kan sluiten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek