dagpas
mannelijk (de)/ˈdɑxpɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toegangsbewijs dat één dag geldig isNaast de gratis nieuwssite komt een ‘Plus-omgeving’, waarvoor je als bezoeker een dag- of maandpas moet kopen. De dagpas gaat 0,70 euro kosten.Van buiten de linie komende, moeten nu ook de vrouwen zich van een dagpas voorzien, doch hoe haar te onderscheiden van de dames, die binnen de postenketen wonen en geen briefje noodig hebben?
- toegangsbewijs dat overdag geldig isZowel de dagpas als de avondpas omvat het gebruik van alle saunafaciliteiten en baden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek