dagopname

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɑxɔpnamə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verblijf in een ziekenhuis dat één dag duurt en waarbij de patiënt vóór de nacht weer naar huis gaat
    Voor een dagopname moest een patiënte een halfjaar geleden "tien tot twaalf weken" wachten, zegt Berden. "Nu is dat zes tot acht weken. Voor een langer verblijf in ons ziekenhuis moest een vrouw veertien weken geduld hebben, nu kan de gynaecoloog haar na acht weken helpen."NRC Guido de Vries 29 juli 2003