dagjesmensen

meervoud

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toerisme (toerisme) mensen die een toeristisch reisje maakt zonder overnachting
    Hij vindt donderdag trouwens de leukste dag van de Zwarte Cross. "Dan zijn er nog geen dagjesmensen." Tubantia K. Scholten 12 juli 2018 [https://www.tubantia.nl/festivals/kampeerders-vieren-start-van-de-zwarte-cross~a425150e/ Kampeerders vieren start van de Zwarte Cross]
    Al hangen ze de hele stad vol camera's en komt er nog meer blauw op straat, Amsterdam zal altijd één van de onveiligste gemeentes zijn. Zeker in de Misdaadmeter, die het aantal politieaangiften afzet tegen het inwonertal. Die berekening is ‘te simpel’, luidt het verweer van de Amsterdamse politie. Er wordt geen rekening gehouden met de 1,5 miljoen toeristen en dagjesmensen die jaarlijks de stad overspoelen. "Zij maken een groot onderdeel uit van ons werk”, zegt politiewoordvoerder Jean Fransman. "Zo zijn ze vaker slachtoffer van zakkenrollers.” Tubantia K. Voskuil 26 mei 2018 [https://www.tubantia.nl/binnenland/amsterdam-meer-inbraken-meer-autodiefstallen-meer-overvallen~adcb8d5a/ Amsterdam: meer inbraken, meer autodiefstallen, meer overvallen]
    De politie waarschuwt dagjesmensen naar aanleiding van het incident. "Een dagje weg met dit mooie weer is leuk, maar zorg dat je geen spullen in de hete zon laat liggen welke de werking van een vergrootglas kunnen hebben." Tubantia B. Tijhaar 2 juli 2018, [https://www.tubantia.nl/binnenland/lege-fles-laat-kofferbak-smeulen-autobrand-op-nippertje-voorkomen~ab538ea4/ Lege fles laat kofferbak smeulen: autobrand op nippertje voorkomen]

Etymologie

*, , in de betekenis van ‘mensen die één dag uitgaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1939

Vertalingen

Engelsday visitors, day trippers