dader
mannelijk (de)/ˈdadər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die iets (slechts) gedaan heeftVervolgens laat men wel even de dader naar het bureau komen om met hem te praten.Ze voelde zich gelijktijdig slachtoffer en dader.Zolang het binnen de fatsoensnormen bleef, lachte hij vriendelijk maar bescheiden met de daders mee.
Etymologie
*Afgeleid van daad
Vertalingen
Engelsculprit
DuitsTäter
Spaansautor, culpable
Deensgerningsmand
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek