cyste
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkistə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) (medisch) holte gevuld met vochtDat is een erg grote cyste.
Etymologie
* via laat Latijn "cystis" van "κύστις" (kústis) "blaas", in de betekenis van ‘blaasgezwel’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Vertalingen
Engelscyst
Franskyste
DuitsZyste
Spaansquiste
Italiaansciste
Poolstorbiel, cysta
Zweedscysta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek