cynicus

mannelijk (de)/ˈsinikʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofie (filosofie) aanhanger van de opvattingen van Antisthenes en zijn volgelingen, dat mensen zich niets moeten verbeelden
  2. iemand die nadrukkelijk laat zien niet te geloven in goede bedoelingen en het streven naar idealen

Etymologie

*via Latijn "Cynicus" van κυνικός (kunikós) "aanhanger van de filosofie van Antisthenes", een wijsgeer die zijn opvattingen verkondigde in een galerij die Κυνόσαργες ‎(kunósarges) heette