cycloon

mannelijk (de)/si'klon/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) een lagedrukgebied
  2. een tropische wervelstorm
    In de tropen komen veel cyclonen voor.
  3. een toestel gebruikt om een mengsel van materialen te scheiden op basis van dichtheid

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘wervelstorm’ voor het eerst aangetroffen in 1863

Vertalingen

Engelscyclone
Franscyclone
DuitsWirbelwind
Spaansciclón
Italiaansciclone
Portugeesciclone