custos

mannelijk (de)/'kʏstɔs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) koster, huisbewaarder
  2. de onderaan een bladzijde van een boek vermelde eerste lettergreep van het woord dat op het volgende blad staat
  3. religie (religie) een gezagsdrager over een custodie. Dit is een onderdeel van een provincie in de orde van de Franciscanen

Etymologie

*Van Latijn "custos"; in het Nederlands bekend sinds 1658.