custos
mannelijk (de)/'kʏstɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) koster, huisbewaarder
- de onderaan een bladzijde van een boek vermelde eerste lettergreep van het woord dat op het volgende blad staat
- (religie) een gezagsdrager over een custodie. Dit is een onderdeel van een provincie in de orde van de Franciscanen
Etymologie
*Van Latijn "custos"; in het Nederlands bekend sinds 1658.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek