curie
vrouwelijk (de)/ˈkyri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bestuursorgaan van de Heilige Stoel ten behoeve van de gehele Rooms-Katholieke Kerk
- het bestuursorgaan van een bisdom
- (natuurkunde), (eenheid) een verouderde eenheid van radioactiviteit ter grootte van 3,7x10+10 desintegraties per seconde, weergegeven met symbool CiEen gram 222Ra heeft bij benadering een activiteit van 1 curie.
Etymologie
* [3]: (eponiem); vernoemd naar de twee pioniers op het gebied van radioactiviteit, het 18e-eeuwse Pools-Franse echtpaar en
Vertalingen
EngelsRoman Curia
Fransgouvernement de l'Église catholique romaine
DuitsKurie
ItaliaansCuria Romana
Japansローマ教皇庁
PoolsKuria Rzymska
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek