cumul
vrouwelijk (de)/kyˈmyɫ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (Vlaanderen) het afleggen van alle vakken van twee academiejaren in één jaarCumul is pas mogelijk indien men in het vorige academiejaar goed gepresteerd heeft.
- (Vlaanderen), (politiek) het gelijktijdig vervullen van verscheidene ambten door één persoonEen veel gehoorde kritiek op de cumul van politieke functies is de mogelijke belangenverstrengeling.
- (Vlaanderen) het gelijktijdig uitoefenen van verscheidene banen of functies door één persoonDoor zijn cumul van allerlei functies is onze directeur nooit te bereiken.
Etymologie
*Ontleend aan het Franse cumul.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek