cultuurgoed
onzijdig (het)/kʏlˈtyrɣut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- datgene wat in de tradities van een groep mensen een bijzondere waarde heeft en daarom met speciale aandacht wordt vormgegeven of in stand gehoudenHet carillon is een cultuurgoed dat kenmerkend is voor de Lage Landen. In de vijftiende eeuw hing men overal in Europa enkele bronzen klokjes in de torens, die klonken als signaal voor de hele en halve uren. Maar alleen in de Nederlanden groeide hieruit het carillon (of de beiaard, of het klokkenspel), vertelt Van der Weel, die ook historicus is en er enkele boeken over schreef.Meerdere krissen kwamen terecht in het Museum Volkenkunde, maar onduidelijk was welke van prins Diponegoro was. Daardoor kon deze niet worden teruggegeven toen in 1975 afspraken werden gemaakt over het teruggeven van cultuurgoederen aan Indonesië die gerelateerd zijn aan historisch belangrijke personen.Zijn studie vergelijkende literatuurwetenschap vertaalde zich al snel in een grote liefde voor het Europese cultuurgoed waarin hij vervolgens jarenlang les gaf – vaak in vier talen – aan de universiteiten in Genève en Oxford.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek