cultuurgeschiedenis

vrouwelijk (de)/kʏl'tyrɣəsxidənɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderzoek naar een historische periode in zijn geheel met aandacht voor cultuur en sociale instellingen maar niet met politiek, economie of staatsinrichting; cultuur van de beschaving
    Tegen het einde gebeurt er iets merkwaardigs: de muziek valt stil. Andriessen maakt graag uitzonderingen op de regels die hij hanteert, dus eindigt hij zijn panorama van de Nederlandse cultuurgeschiedenis met een gesproken monoloog van Nobelprijswinnaar Marie Curie. Haar monoloog put uit een wetenschappelijke lezing én uit het dagboek waarin zij treurt om de dood van haar geliefde Pierre.NRC Joep Stapel

Vertalingen

Engelscultural history