cru
mannelijk (de)/kry/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wijnstreek en wijnoogst m.b.t. plaats en jaargeeft u mij maar een grandcru château Lafite Rothschild van 1953
- ruw, grof, rauw, hard, ruig
- ruw, grof, rauw, hard, ruigEigen schuld, dikke bult. Als je te veel drinkt, kan dat soort dingen gebeuren. (...) Om het een beetje cru te stellen: jammer, maar helaas.
Etymologie
*afgeleid van het Franse cru
Vertalingen
Engelscrude, raw, rough
Franscru
Spaansbasto, crudo, tosco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek