crossen
/ˈkrɔsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) hard rijden, scheuren, ruig rijdenHij croste met zijn motorfiets door de duinen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ruig rijden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek