crooner

mannelijk (de)/ˈkrunər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zanger, meestal een man, die een ontspannen en intieme houding heeft en zingt met een zachte, lage stem
    Dennis van Aarssen (24, Utrecht). Projectmanager bij een marketingbedrijf. Coach: Waylon. Zingt crooner-materiaal in de stijl van Frank Sinatra, is favoriet.
    Radiomaker Gerard Ekdom ontspant in Spanje met een ongetwijfeld grijsgedraaide elpee van de Spaanse crooner Juli Iglesias.

Etymologie

* uit het Engels