criticaster
mannelijk (de)/ˌkritiˈkɑstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) onredelijk strenge recensent
Etymologie
* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘muggenzifter’ voor het eerst aangetroffen in 1842
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek