crisishaard
mannelijk (de)/ˈkrisɪsˌhart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebied waar onlusten zijn of een oorlog woedtDaarbij liggen de nieuwe EU-leden Cyprus en Malta op een steenworp van de crisishaarden.Elke groep zal 1500 militairen tellen en moet binnen vijf dagen na het ontstaan van een crisis kunnen uitrukken. Na maximaal vier maanden vertrekt het minileger uit de crisishaard om plaats te maken voor een gewone vredesmacht.
- gebied waar veel problemen zijn,,Voor het eerst in de zes jaar dat ik hier kom, gaat het in alle regio's van de wereld best aardig. Europa deelt in dat optimisme en wordt nu niet meer als een van de probleemregio's gezien, echte crisishaarden zijn er nu eigenlijk niet.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek