crisiscel
mannelijk/vrouwelijk (de)/'krizɪsɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groep functionarissen die de leiding heeft bij de bestrijding van een rampOp Brussels Airport is intussen een crisiscel opgericht naar aanleiding van de crash. Twee groepen Nederlanders hadden immers om 11.50 uur via Londen in Brussel en Dusseldorf moeten aankomen. Volgens staatssecretaris voor Mobiliteit Etienne Schouppe gaat het om een groep van 24 passagiers en een andere groep van 38, via de agentschappen Kras en Stip. Er zouden geen Belgen bij het ongeluk betrokken zijn. Reformatorisch Dagblad 12-05-2010 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/vliegramp-libi%C3%AB-eist-leven-61-nederlanders-1.237197 Vliegramp Libië eist leven 61 Nederlanders]Residentie Mosselbank werd het ergst getroffen door de kraan. Op de website van de stad klinkt het dat de gemeentelijke crisiscel, in overleg met een bouwkundig ingenieur, besliste om de zevende, achtste en negende verdieping onbewoonbaar te verklaren. De Standaard 28/12/2017 om 10:25 door edm [http://www.standaard.be/cnt/dmf20171228_03270905 Ongeval met torenkraan: ‘Geen kans op instortingsgevaar’]
Vertalingen
Engelscrisis cell
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek