crinoline

vrouwelijk (de)/krino'linə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) hoepelrok

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoepelrok’ voor het eerst aangetroffen in 1859

Vertalingen

Engelshoopskirt, crinoline
Spaanscrinolina, miriñaque