crayon

/krɛˈjɔ̃/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. staafje van een mengsel van klei met grafiet of andere kleurstof in een omhulsel van hout, geschikt om mee te tekenen
    En begeesterd door de drift en het elan om aan te leren, graaide hij naar een doodgraverspotlood en tekende hij hiermede driftig op de linkermuur van zijn werkhuis. ‘Dit is de perfecte krokodil. Begrepen? (…) Wat thans uit de punt van mijn crayon wordt geboren, dat is een werk van herschepping.
  2. met potlood gemaakte tekening
    Er hing een Feininger - Manhattan getiteld - waaronder hij een paar keer gegeten had. Wolkenkrabbers in donker crayon.

Etymologie

*van "crayon", in de betekenis "tekenstift" aangetroffen vanaf 1618