coupé

mannelijk (de)/kuˈpe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen (spoorwegen) een gedeelte van een treinrijtuig begrensd door een deur
    Het verhaal "De meisjes van de suikerwerkfabriek" geschreven door Tessa de Loo speelt zich af in de laatste coupé van een forensentrein.
  2. een aan de achterzijde naar beneden aflopende sportieve carrosserievorm voor een auto waarbij het bestuurdersgedeelte/passagiersgedeelte slechts door 2 of 3 deuren te betreden is.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘treincompartiment’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelscompartment, coupé
Spaanscompartimento, compartimiento, cupé