corsage

vrouwelijk (de)/kɔrˈsaʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bloemstukje dat ter hoogte van de borst op de kleding wordt gedragen
    Bij een bruiloft heeft de bruid een bruidsboeket en draagt de wederzijdse familie een corsage; de bruidegom heeft meestal een iets groter exemplaar.

Etymologie

*afgeleid van het Franse 'corsage' () [https://fr.wiktionary.org/wiki/corsage Wiktionnaire]

Vertalingen

Franscorsage