copulatie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het copuleren
- (formeel) (seksualiteit) geslachtsgemeenschap, paring, coïtus
- entwijze waarbij de schuin afgesneden ent en stam tegen elkaar worden gelegd
Etymologie
* van copuleren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek