copulatie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het copuleren
  2. formeel, seksualiteit (formeel) (seksualiteit) geslachtsgemeenschap, paring, coïtus
  3. entwijze waarbij de schuin afgesneden ent en stam tegen elkaar worden gelegd

Etymologie

* van copuleren