convergentie
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) het convergeren, het samenkomen in een punt
- (taalkunde) verschijnsel dat twee of meer talen of taalvariëteiten naar elkaar toegroeien
Etymologie
*afgeleid van convergent
Vertalingen
Spaansconvergencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek