convergentie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) het convergeren, het samenkomen in een punt
  2. taalkunde (taalkunde) verschijnsel dat twee of meer talen of taalvariëteiten naar elkaar toegroeien

Etymologie

*afgeleid van convergent

Vertalingen

Spaansconvergencia