contrarie

/kɔnˈtrari/

Betekenis

voorzetsel
  1. tegenover, tegengesteld
  2. dwars, tegendraads
    Na twee decennia van irritaties, financiële malversaties, verhitte normen-en-waardendebatten en voortdurend jij-bakken realiseert Adelheid zich dat het een mesalliance was met Alex, onze steilorige jantje-contrarie.

Etymologie

*via Middelnederlands """ van "contraire"