contrarie
/kɔnˈtrari/
Betekenis
voorzetsel
- tegenover, tegengesteld
- dwars, tegendraadsNa twee decennia van irritaties, financiële malversaties, verhitte normen-en-waardendebatten en voortdurend jij-bakken realiseert Adelheid zich dat het een mesalliance was met Alex, onze steilorige jantje-contrarie.
Etymologie
*via Middelnederlands """ van "contraire"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek