contractperiode

vrouwelijk (de)/kɔnˈtrɑk(t)periˌjodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdsbesteek waarover een economische overeenkomst geldt
    Het is na 2004-2007 en 2012-2013 de derde contractperiode bij Ajax voor de geboren Amsterdammer. Maar ook begin 2016 liep hij nog even op De Toekomst rond.
    De mededeling van Zilveren Kruis is een nieuwe klap voor NOC*NSF, dat bedrijven zoekt die zich voor de komende jaren aan de Nederlandse sport willen verbinden. Van de huidige sponsors lijkt Nederlandse Loterij de enige zekerheid voor een nieuwe contractperiode. Met de Rabobank wordt nog onderhandeld.