contanten
meervoud/kɔnˈtɑntə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klinkende munt, kasgeld, cashHeb jij nog wat contanten bij je want we kunnen hier niet pinnen.En wat zou hij dan zeggen? Ó jee, de contanten zijn op, dus nu moeten we huis en haard verlaten.
Etymologie
* afgeleid van "contant"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek