constituent

mannelijk (de)/kɔnstity'wɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderdeel
  2. taalkunde (taalkunde) een deel van een grammaticale "zin" dat zich in syntactisch opzicht als een eenheid manifesteert
    De nominale constituent wordt onderscheiden van de verbale constituent.

Vertalingen

Spaansconstituyente sintáctico