constateur
mannelijk (de)/kɔnsta'tør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toestel bestemd om de aankomsttijd van postduiven te registreren bij een wedstrijd, een duivenklok
- iemand die constateert
Etymologie
* van constateren ()
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek