consolidatie

vrouwelijk (de)/ˌkɔnsoliˈda(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. versteviging, versterking
  2. economie (economie) het omzetten van een kortlopende schuld in een langlopende lening
    Consolidatie van de kortlopende schuld.
  3. economie (economie) het samenvoegen van de financiële resultaten van moeder- en dochtervennootschappen tot één geheel
    Een in de consolidatie opgenomen vennootschap.
  4. juridisch (juridisch) het bijwerken van een oorspronkelijke wetgevende tekst zonder een geheel nieuwe tekst op te stellen
    Bij de consolidatie van wetteksten gaat het om een zuiver declaratoire en informele vereenvoudiging van rechtsbesluiten.
  5. medisch (medisch) het dikker worden of verstopt raken van weefsels
    Consolidatie van het longweefsel.
  6. geologie (geologie) het afnemen van het volume en tegelijkertijd toenemen van de dichtheid van gesteente
    Deze gesteenten ontstaan door consolidatie van afgezette minerale stoffen.

Etymologie

* Afgeleid van consolideren