conserven

/kɔnˈsɛrvə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) ingeblikt voedsel ter bewaring tegen bederf
    Het bedrijf verwerkt groente, fruit en champignons tot conserven voor de consumentenmarkt.

Etymologie

*[2] van "conserves"

Vertalingen

Engelstinned food
Fransconserve
DuitsKonserve
Spaansconserva, conservas
Italiaansconserva