consensus

mannelijk (de)/kɔnˈsɛnzʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overeenstemming binnen een gemeenschap, een groepering
    Helaas is er in de wereld geen consensus over hoe men burgeroorlogen kan doen eindigen.
  2. de methode om binnen een groepering een gezamenlijke overeenstemming te bereiken

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘eenstemmigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847

Vertalingen

Engelsconsensus
Fransconsensus
DuitsKonsens, Einvernehmen
Spaansconsenso
Italiaansconsenso