coniferen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een orde (of bijvoorbeeld in de 23e druk van de , ) vormen een groep in het plantenrijk met ruim zeshonderd soorten. Ze horen tot de naaktzadigen () en zijn daarvan de meest soortenrijke groep. Er zijn ook andere naaktzadigen, die dus géén coniferen zijn, ook al dragen ze de zaden in kegels
Etymologie
* "conifeer" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek