conduite
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔn'dwitə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gedragTotdat een flamboyante, maar erudiete honnepon, pro-Deoadvocate, adept van welriekende shampoos, zijn pad kruiste, op wie hij tijdens een roezemoezige za-kenreis grenzeloos verliefd werd, kenschetste men hem als hét exempel van een balsturige querulant, een affreus kruidje-roer-me-niet, dat demystificaties van een meer gezapige conduite geenszins gedwee imiteerde.
Etymologie
* uit het Frans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek