complex

onzijdig (het)/kɔmplɛks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van bij elkaar liggende gebouwen met dezelfde functie
    Ik vraag aan Kathleen of ze met een ploegschaar het complex is binnengedrongen.
    Op het complex liggen vijf voetbalvelden.
    Dit heeft dan betrekking op het aanlengen van alcoholische drank met kraanwater, het mixen van cocktails met afgekeurde partijen limonades van een mismerk, het mondjesmaat toevoegen van chemicaliën in het water van het zwembad, hergebruik van het buffetvoedsel, sterk verlaagd gebruik van insecticiden bij muggen-, ratten- en kakkerlakkenplagen, op strategische plaatsen het aantal functionerende lampen verminderen en het achterstallig onderhoud aan de complexen uitbesteden aan incapabele, lees goedkope, krachten. Dit zijn enkele voorbeelden die regelmatig worden gesignaleerd.
  2. psychologie (psychologie) een door een affect bijeengehouden groep van voorstellingen b.v. oedipuscomplex
  3. scheikunde (scheikunde) complexe verbinding
    Het DNA-molecuul is een zeer groot complex van suikers en zuren.
  4. samengesteld geheel

Etymologie

#ingewikkeld, moeilijk, uit veel onderdelen bestaand

Vertalingen

Engelscomplex
Duitskomplex
Spaanscomplejo, complicado, conjunto
Portugeescomplexo, complexa