complex
onzijdig (het)/kɔmplɛks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geheel van bij elkaar liggende gebouwen met dezelfde functieIk vraag aan Kathleen of ze met een ploegschaar het complex is binnengedrongen.Op het complex liggen vijf voetbalvelden.Dit heeft dan betrekking op het aanlengen van alcoholische drank met kraanwater, het mixen van cocktails met afgekeurde partijen limonades van een mismerk, het mondjesmaat toevoegen van chemicaliën in het water van het zwembad, hergebruik van het buffetvoedsel, sterk verlaagd gebruik van insecticiden bij muggen-, ratten- en kakkerlakkenplagen, op strategische plaatsen het aantal functionerende lampen verminderen en het achterstallig onderhoud aan de complexen uitbesteden aan incapabele, lees goedkope, krachten. Dit zijn enkele voorbeelden die regelmatig worden gesignaleerd.
- (psychologie) een door een affect bijeengehouden groep van voorstellingen b.v. oedipuscomplex
- (scheikunde) complexe verbindingHet DNA-molecuul is een zeer groot complex van suikers en zuren.
- samengesteld geheel
Etymologie
#ingewikkeld, moeilijk, uit veel onderdelen bestaand
Vertalingen
Engelscomplex
Duitskomplex
Spaanscomplejo, complicado, conjunto
Portugeescomplexo, complexa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek